Overheid greep te laat in bij stijging huizenprijzen

De huizenprijzen in Nederland zijn van 1995 tot 2008 vooral zo gestegen doordat consumenten in staat werden gesteld meer te lenen. De overheid had meer kunnen doen om de 'explosieve' prijsstijging tegen te gaan.

Dit concludeert de tijdelijke commissie Huizenprijzen van de Tweede Kamer woensdag.

De commissie, onder leiding van Kees Verhoeven van D66, deed onderzoek naar de kostenontwikkeling en prijsvorming op de huizenmarkt.

Tussen 1995 en 2008 stegen de huizenprijzen in Nederland met 250 procent. Volgens de commissie speelde aanbod nauwelijks een rol ondanks dat in deze periode de bouw van huur- en koopwoningen flink afnam.

Hoge hypotheken
De stijging lag vooral aan de vraagzijde. Nederlanders kregen meer te besteden door een hoger inkomen, meer werk en omdat de rente op de kapitaalmarkt wereldwijd daalde. Daardoor was men bereid te betalen voor een hogere kwaliteit van woningen, wat uiteraard gepaard ging met hogere kosten.

De prijzen werden echter vooral opgedreven doordat Nederlanders door banken en andere hypotheekverstrekkers in staat werden gesteld meer lenen. Er werden 'bovenmatige risico's genomen' wat leidde tot 'een zeepbel'.

Dit terwijl consumenten meestal niet op de hoogte waren van de risico's hiervan. Banken moeten de zorgplicht hierover serieuzer nemen, met verruiming van het toezicht.

Overheid
Er wordt ook gewezen naar de overheid, die meer had kunnen doen door de hypotheekrenteaftrek en het bereik van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) te beperken, zo stelt de commissie.

Niet alleen door de hoogte van de hypotheken via de wet te beperken naar inkomen en de waarde van een woning, maar ook door het heft in eigen handen te nemen in de woningproductie.

In de toekomst moet de overheid meer regie gaan nemen. Dat moet, bijvoorbeeld via de NMa voor meer concurrentie en transparantie zorgen.

Verplichte aflossing
Er worden daarnaast vraagtekens gesteld bij het recente kabinetsbesluit om de aflossing van de hypotheek binnen 30 jaar voor nieuwkomers op de woningmarkt verplicht te stellen.

Volgens de commissie moet het mogelijk worden deze periode te verlengen naar 40 jaar. Ook is de commissie voorstander van het actuele idee de koopwoning meer als pensioen te gaan gebruiken, door een deel van de pensioenopbouw in de woning te zetten.

Waarschuwingen
Waarschuwingen van toezichthouders De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) voor de oplopende nationale hypotheekschuld kwamen te laat, waren niet krachtig genoeg en vonden pas na het uitbreken van de crisis in 2008 gehoor bij de overheid, zo stelt de commissie.

De huizenprijzen waren in die tijd echter al flink gestegen; die was met een stijging van 10 tot 18 procent per jaar in de periode van 1995-2002 het sterkst. Van 2003 tot 2008 de stijging stabiel met 4 tot 5 procent per jaar, vanaf 2008 is er sprake van een prijsdaling van 2 tot 3 procent.

Groot probleem
De hoge hypotheeklasten zijn momenteel een groot probleem voor Nederland. De schuld is een bedreiging voor de financiële stabiliteit van Nederland en de gezondheid van het bankwezen, zo heeft ook DNB vastgesteld. Nederlandse banken moeten door de hoge hypotheken relatief veel bijlenen op de kapitaalmarkt.

Nu de huizenprijzen flink zijn gedaald en de onderpand voor al die leningen dus steeds minder waard wordt, loopt het risico verder op. Banken moeten dan nog meer bijlenen en lopen ook nog de kans dat buitenlandse investeerders ze gaan mijden vanwege die hoge hypotheekschuld. Brussel heeft ons land vorig jaar dan een officiële waarschuwing gegeven over de negatieve ontwikkeling van de schuldbalans van veel gezinnen en het hoge risico voor de banken.

Achterover leunen
De prijsstijgingen werden door de overheid echter niet als een probleem gezien. En door de aanhoudende stijgingen gingen ook de partijen die moesten zorgen voor nieuw woningaanbouw 'achterover leunen'. Prijs en opbrengst stonden toch al vast en vertragingen waren zelfs lonend, omdat de prijs dan inmiddels alweer was opgelopen. Daardoor werd niet doelmatig gewerkt, nam de concurrentie af en kregen starters met lage inkomens het steeds moeilijker om een woning te vinden.

Door: NU.nl/Heleen Haverkort

Gepubliceerd op: 10 april 2013